latente tuberculose

Opmerkingen

Behandeling latente tuberculose – tuberculoseprofylaxe.

De diagnose latente tuberculose infectie wordt gesteld op basis van een positieve Tuberculine Huid Test (THT). Het tuberculineonderzoek is primair gericht op preventieve behandeling.

Bij de interpretatie worden globaal 3 verschillende afkapwaarden voor de tuberculine reactie gehanteerd:

5 mm - bij ernstige stoornis van de cellulaire immuniteit (zie onderstaande tabel).
- fibrotische afwijkingen op de thoraxfoto passend bij doorgemaakte (niet /inadekwaat) behandelde tuberculose.

10 mm - na bewezen recente blootstelling aan een besmettelijke patiënt (hoge voorafkans recente besmetting)
- overige aandoeningen met verhoogde kans op ziekteontwikkeling (zie onderstaande tabel).

15 mm - bij lage voorafkans op recente besmetting (bijvoorbeeld aanstellingskeuring) en na BCG.

Indicatie voor behandeling latente tuberculose:

1. Een positieve Mantoux die waarschijnlijk het gevolg is van een recent (< 2 jaar tevoren) verworven infectie, b.v. na recent contact met een bekende besmettelijke bron of met risicogroepen voor tuberculose, of na een recente reis naar een gebied met hoge tuberculoseprevalentie.

2. Contact met open tbc bij een kind < 5 jaar (totdat een Mantoux-omslag is uitgesloten), en positieve Mantoux bij kind < 5 jaar.

3. Risicopatiënten met omstandigheden of aandoeningen met verhoogde kans op het ontwikkelen van actieve tbc:

positieve Mantoux bij ernstige stoornissen van de cellulaire immuniteit:
- HIV-infectie (CD4-aantal <500 mm3);
- anti-rejectietherapie na transplantatie;
- behandeling met hoge doses corticosteroïden (>15 mg/dag prednison gedurende tenminste 4 weken);
- behandeling met anti-TNF-α middelen.

positieve Mantoux bij overige aandoeningen met verhoogde kans op ziekteontwikkeling:
- silicose;
- fibrotische afwijkingen op de thoraxfoto passend bij doorgemaakte (niet/inadekwaat) behandelde tuberculose;
- chronisch nierfalen/hemodialyse;
- insuline-afhankelijke diabetes mellitus;
- leukemie; lymfoom;
- carcinoom van hoofd, hals of longen; andere neoplasmata;
- ondervoeding door malabsorptie na gastrectomie of jejunoileale bypass.

Behandeling

• Bij personen die niet immuungecompromitteerd zijn: isoniazide (INH) gedurende 6 maanden met 5mg/kg/dag en een maximale dosering van 300 mg.

• Voor HIV-geïnfecteerden, mensen die gaan starten met immuunmodulerende therapie en mensen met fibrotische afwijkingen op de thoraxfoto wordt een behandelingsduur van 9 maanden met dezelfde dosering INH aangeraden.

• Vitamine B6 (pyridoxine) is geïndiceerd, indien INH gegeven wordt aan risicopersonen voor neuropathie, aan personen met kans op een deficiënte voeding en aan personen met epilepsie of kinderen met convulsies in de anamnese. Een gebruikelijke dosering is 20 mg per dag bij risicopersonen.

• Indien er sprake is van een latente infectie met, c.q. contact met, een isoniazide-resistente stam, dan kan gekozen worden voor een medicamenteuze behandeling met rifampicine gedurende 4 maanden.

Bron

Type: 
Andere richtlijn (link naar externe pagina of bestand)
Link - SWAB: 
off
Description: 
Richtlijn Behandeling Latente Tuberculose Infectie (LTBI). Commissie voor Praktische Tuberculosebestrijding, KNCV, 2006.
Frontpage: 

Bron