Omschrijving: 

Een allergische reactie treedt op in 7 to 40 van elke 1000 penicilline behandelingen. De helft van alle allergische medicatie gerelateerde reacties in het ziekenhuis  zijn toe te schrijven aan β-lactam antibiotica. Allergische reacties kunnen geclassificeerd worden volgens het “Gell en Coombs immunopathologisch classificatie systeem”. Er worden 4 type reacties onderscheiden, die allemaal kunnen voorkomen als reactie op β-lactam antibiotica.

Type I: Onmiddelijke overgevoeligheid:
Hierbij kunnen o.a. optreden: urticaria, larynx oedeem, en bronchospasmen met of zonder cardiovasculaire collaps. Anafylaxe treedt op in 4-15 van elke 1000 penicilline behandelingen. Overlijden als gevolg van β-lactam anafylaxe treedt op in 1 van elke 32.000-100.000 behandelingen. Het gebruik van β-adrenerge antagonisten kan de kans op overlijden vergroten als er anafylaxe optreedt, omdat de behandeling van de anafylaxe daardoor wordt bemoeilijkt.

Type II: Cytotoxische antilichamen
Voorbeelden van gevolgen hiervan zijn hemolytische anemie, leukopenie, thrombocytopenie, en medicatie-geinduceerde nefritis. Langdurig, hoog gedoseerd gebruik van β-lactam antibiotica gaat doorgaans aan dit type allergie vooraf.

Type III: Immuun complexen
Voorbeelden van gevolgen hiervan zijn serum ziekte achtige reacties en mogelijk ‘drug fever’. Deze reacties ontstaan doorgaans 7-14 dagen na start β-lactam behandeling.

Type IV: Cel gemedieerde overgevoeligheid
Deze reactie wordt niet gemedieerd door antilichamen, maar door T-lymfocyten. Herkenning van het β-lactam antigeen door een antigeen-specifieke T cel receptor leidt tot een cytokine release, wat uiteindelijk leidt tot weefsel inflammatie en beschadiging. Een voorbeeld hiervan is contact dermatitis. Het hoge percentage contact dermatitis als gevolg van topicaal aangebrachte penicillines (5-10%) heeft in de jaren 40 van de vorige eeuw ertoe geleid dat het middel hiervoor niet meer gebruikt mocht worden.

Idiopathische reacties
Van sommige β-lactam antibiotica is de pathogenese niet geheel duidelijk en niet opgenomen in bovenstaand classificatie systeem. Voorbeelden hiervan zijn: pruritis, maculopapulair exantheem, erythema multiforme, erythema nodosum, fotosensitiviteitsreacties, en exfoliatieve dermatitis. De veelvoorkomende maculopapulaire rash treedt laat op in de behandeling  in 2-3% van de penicilline behandelingen. Rash geïnduceerd door ampicilline (en amoxicilline) treedt vaker op: in 5.2-9.5% van de behandelingen. Andere reacties veroorzaakt door onbekende mechanismes zijn Stevens-Johnson syndroom en Lyell’s syndroom (toxische epidermale necrolyse).

Een andere classificatie is die volgens Levine waarin de reacties worden geclassificeerd aan de hand van de snelheid van ontstaan. Onmiddellijke reacties ontstaan binnen 1 uur na toediening van het β-lactam antibioticum en zijn meestal IgE gemedieerd (anafylaxe en urticaria). Versnelde reacties ontstaan binnen 1-72 uur na start therapie en het betreft hier meestal urticaria. Late reacties ontstaan na 72 uur na start therapie. Anafylaxe ontstaat niet laat in de behandeling van continue β-lactam therapie. De meest voorkomende late reactie is de maculopapulaire rash.

Personen met een reactie op penicillines in de voorgeschiedenis hebben een 4-6 keer hoger risico op een volgende reactie op β-lactam antibiotica dan patiënten zonder een eerdere reactie. Dit risico is vooral uitgesproken als het anafylaxe of urticaria betreft.

Kruisreactiviteit met cefalosporines
Er is kruisreactiviteit beschreven tussen penicillines en cefalosporines. Bij patiënten met een historie van penicilline allergie is er een 5 keer grotere kans op een allergische reactie bij het gebruik van een eerste generatie cefalosporine. Dit toegenomen risico is er niet bij tweede en derde generatie cefalosporines. Echter, penicilline allergische patiënten hebben een hoger risico op allergisch reageren op andere medicatie, zelfs met verschillende chemische structuren, wat mogelijk genetisch en gastheer afhankelijk is. Als een patiënt met een historie van penicilline allergie een cefalosporine zou moeten krijgen, zijn er 3 opties: 1. gebruik een niet-β-lactam antibioticum zonder kruisreactiviteit, 2. gebruik een tweede of derde generatie cefalosporine mits de reactie op penicilline niet anafylactisch was, en 3. doe eerst een huidtest als daar tijd voor is.

Huidtesten
Huidtesten worden alleen geadviseerd bij patiënten met een historie van β-lactam antibiotica allergie. Voor andere antibioticum groepen zijn de huidtesten niet betrouwbaar. Mede daardoor worden de huidtesten in de praktijk niet frequent ingezet. Overigens hebben huidtesten geen voorspellende waarde in niet IgE-gemedieerde reacties.